29 mei

Frankrijk – ‘Met Sammie in de camper’

Samen iets beleven, op avontuur, écht samenzijn. Dat wilde ik tijdens de zomer- vakantie van 2017. Sammie is een ontzettend sociaal meisje, wat hartstikke leuk en fijn is, maar ook best ongezellig voor mij: ze is verdorie de hele dag de hort op!

Toen Sammie en ik met z’n tweetjes naar Ibiza gingen, had ik een prachtig huisje gehuurd. Oké, een belachelijk grote villa omdat ik op het laatste moment niet iets kleiners kon vinden en we dus elke avond in een andere kamer hebben geslapen. Waar het om gaat is: ze verveelde zich kapot. En hoewel ik met de Barbies wilde spelen, kunstjes met haar deed in het water, haar aanbood om alle soorten spelletjes en knutseldingen met haar te doen, het mocht niet baten. Ik was gewoon geen kleuter, en daar konden al mijn inspanningen niks aan veranderen. En dus moest ik voortdurend in opdracht van Sammie kinderen aanspreken, veelal in talen die ik zelf ook niet sprak: of ze alsjeblieft met mijn dochter wilden spelen. Dat wilde ik dus niet meer. Deze keer even geen strandvakantie meer ons!

OP SAFARI, OF TOCH NIET?

Dus bedacht ik iets anders: samen op safari, naar Zuid-Afrika! Een overzichtelijk aantal uren vliegen, geen tijdsverschil, en welk kind houdt er nu niet van grote wilde dieren? Onze kat is door haar zelfs vernoemd naar Freek Vonk! Je kunt je voorstellen dat dat bij ons thuis nog weleens tot de nodige verwarring leidt… Op alles was ik voorbereid, maar dat mijn dochter, bloedserieus, de volgende legendarische woorden zou spreken: ‘Mama, ik denk dat ik daar nog iets te jong voor ben, dat kunnen we beter doen als ik wat ouder ben. Laten we naar Disneyland Parijs gaan.’

Verbijsterend! Serieus? Míjn kind? Zo’n teleurstellend gebrek aan verlangen naar avontuur? Geen leeuwen maar Mickey Mouse? Geen olifanten maar Donald Duck? Daar moest ik even van bijkomen. Waar- schijnlijk nog van slag door haar antwoord, mompelde ik: ‘Oké, laten we dat doen…’ Mijn zus was gelukkig iets scherper toen ik haar over onze plannen vertelde: een pretpark is sowieso best hysterisch, maar in de zomer is het horror.

EEN CAMPER!

Nieuw plan: een camper! Sammie heerlijk naast mij, trekkend van camping naar camping en verder zou ze lekker nergens heen kunnen, ha! Gelukkig zag Sammie dit nieuwe plan ook zitten. Een camper zoeken viel nog niet mee, want een camper huren is blijkbaar populair in de zomer en inmiddels waren we al wat aan de late kant. Maar uiteindelijk vond ik een heel mooie oude Hymer. Met z’n tweetjes hebben we ’m opgehaald, ingericht en er meteen al een nachtje in geslapen, voor ons huis op de oprit. Superromantisch! We zagen het avontuur helemaal zitten. De volgende dag gingen we op pad, zonder vaste plannen. Het enige wat vaststond, was de eindbestemming, het huisje dat mijn vriendin Frédérique Spigt jaarlijks huurt en waar we een paar dagen in de tuin zouden gaan staan.

GEEN KAART, GEEN NAVIGATIE

Ik was niet zo heel goed voorbereid, ik geef het maar meteen toe. Ik had de weg op z’n minst een beetje moeten uitstippelen. Ik
had geen kaart bij me, de navigatie was kapot en mijn telefoon hield er al in het begin van onze tocht mee op. Voor een fervent reiziger laat mijn geografische kennis jammergenoeg zeer te wensen over, en, nou ja, het was eigenlijk een drama. Nou ja, een dramaatje dan. Niet één supermarkt verkocht een kaart van de omgeving. Ik vond het heel even niet zo heel leuk meer. Sammie kreeg dat gelukkig niet mee; ze tekende aan het leuke tafeltje, stond in het keukentje wat te klooien en was lekker aan het spelen. Het enige wat ze wilde, was een camping met een zwembad. Uitzinnig van vreugde was ik toen mijn telefoon het ineens weer deed, ik hulptroepen in Nederland kon bellen en kon googelen naar campings in de buurt met zwembad. Ik werd enorm uitgelachen, omdat ik in vijf dagen eigenlijk nog nauwelijks de Belgische grens over was. Ik had al behoorlijk wat kilometers afgelegd, dus moet honderdduizend rondjes hebben gereden. Maar goed: als je geen bestemming hebt, kun je ook niet verkeerd gaan. Dat vind ik zelf wel een mooie, dus daar hield ik me maar aan vast.

TENT ACHTER DE VOORSTOELEN

Met je toilettasje naar de doucheblokken, in een teiltje de afwas doen, het geroezemoes van de camping als je lekker in je bedje ligt, ik heb daar heel romantische herinneringen aan. Zeker tot mijn veertiende gingen we met het gezin met de tent op pad. Als de laatste schooldag voor de zomervakan- tie erop zat, en voor mijn vader en moeder hun laatste werkdag, brachten ze mijn zus en mij naar mijn opa en oma in Utrecht. Mijn ouders pakten dan de auto in: de bungalowtent ging achter de voorstoelen, daarop de slaapzakken en de kussens; een superknus bedje voor Birgit en mij. Als ik eraan terug denk voel ik het weer: de opwinding, vlinders in mijn buik, geborgenheid. Ik wist wat ons te wachten stond, want we deden het elk jaar, en juist daarom verheugde ik me zo. Tegen de avond kwamen onze ouders ons ophalen en konden we vertrekken. Mijn ouders hadden altijd twee of drie nieuwe cassettebandjes met sprookjes voor ons waar we uren achter elkaar naar luisterden, en we kregen het nieuwe Donald Duck vakantieboek. En dan gingen we rijden.

RUZIE OP DE RING

Op de Périphérique van Parijs kregen mijn ouders steevast stress, omdat we, zoals iedereen lijkt het, altijd de verkeerde afslag namen en kwamen ze behoorlijk kapot aan op de camping. Mijn moeder ging dan met ons naar het zwembad en mijn vader zette in zijn eentje de bungalowtent op. Iets wat ik nog steeds niet begrijp, want volgens mij is dat fysiek vrijwel onmogelijk. Hierna lag hij dan meestal twee dagen met migraine op een luchtbed in een veel te hete tent. Ik weet niet waarom ze al die jaren nooit besloten hebben dat eens anders aan te pakken. Bijvoorbeeld door eerst een paar daagjes lekker thuis te relaxen, een beetje uit te rusten van het drukke jaar, alvorens ons achterin de auto te gooien en af te reizen naar het zuiden.

BORRELNOOTJES IN EEN BAKJE

Eén week naar de Pyreneën aan een riviertje en daarna twee weken naar de Spaanse kust. Dat was onze vaste route. Camping Riembau in Spanje vonden we heel sjiek. Af en toe haalden we een halve kip met patat. En op het strand ‘coco frio’ of een broodje met perzikjam erin. Uren spelen in de zee. Met een luchtbed in de golven. Kunstjes met mijn vader: ‘Nog een keer! Nog een keer!’ En op mama’s rug, die onze boot was, en met de jaren steeds sneller ten onder dreigde te gaan onder ons gewicht. Loom van het strand, fris gedoucht en ingesmeerd met aftersun (o die geur…) om vervolgens voor de tent onder de luifel te borrelen. Een wijntje voor mijn ouders en mijn zusje en ik een glaasje prik. En borrelnootjes! Borrelnootjes in een geel plastic bakje. Altijd als ik ergens borrelnootjes zie, denk ik aan die zomers. Van je jeugd onthoud je vaak de kleine dingen; ontroerend vind ik dat.

PICNICKEN IN DE TUIN

Het campingleven heb ik altijd van een grote romantiek gevonden. En met Sammie werd het net zo fijn als vroeger. Saampjes in een douchehokje badderen, afwassen in een teiltje, de geluiden buiten als je in bed ligt. Vraag me niet hoe, maar uiteindelijk hebben we de weg gevonden naar Fré en bij haar hebben we de camper lekker even laten staan. Bloemen plukken in het veld, dansen terwijl Fré ons een serenade brengt, schilderen in de tuin, picknicken, elkaar gedichten voordragen. We hebben Sammie geleerd hoe zij een wijnfles moet openmaken, belangrijke kennis die in je jeugd niet mag ontbreken. Het werd een memorabele vakantie met, zoals gehoopt, heel veel tijd écht samen. En, mede dankzij mijn gebrekkige topografische kennis, ook behoorlijk wat avontuur!

Nog veel meer reisverhalen, inspiratie en tips in mijn reisboek, bestel hem hier

29 mei

Curaçao – ‘Mijn moeders geboorteland’

Als ik over Curaçao vertel, ben ik vast niet hele- maal objectief. Ik heb er door de jaren heen zo veel meegemaakt. De eerste keer dat ik er kwam was ik vier jaar, de laatste keer veertig. We logeerden in mijn jeugd altijd bij mijn opa en oma die daar toen nog woonden. Mijn herinneringen en de verhalen van mijn ouders en grootouders buitelen over elkaar heen. Van slaven tot slavenhouders. Van zondagse barbecues op Grote Knipbaai tot de klaslokalen in de krottenwijken waar mijn ouders lesgaven. Ik weet nauwelijks waar ik moet beginnen.

Mijn moeder is op Curaçao geboren als jongste van een gezin met vier zussen. De eerste jaren van haar leven bracht ze door op landhuis Sint Helena, dat we later met ons gezin bezocht hebben en toen veranderd bleek in een soort ruïne. Ze hadden een doodskopaapje thuis. En een hond. Het aapje, Keesje, mocht altijd op de rug van de hond zitten; via zijn staart klom hij omhoog. Later verhuisden ze naar een huis dat mijn opa voor zijn gezin had laten bouwen. Een huis met een porch – een grote veranda met een bank, stoelen en tafel – en een tuin met fruitbomen. Het leven in Curaçao speelt zich voor het grootste deel buiten af en de porch is dus ook de plek waar, net als de woonkamer in Nederland, een groot deel van de dag wordt doorgebracht.

Ik herinner me het schoteltje met suikerwater dat mijn opa altijd neerzette voor de vogeltjes. En de enorme mangoboom in de tuin waaraan de lekkerste mango’s groeiden die ik ooit heb gegeten. Voor het slapengaan mochten mijn zusje en ik in de boom klimmen en er zelf een plukken. Vervolgens aten we de vruchten in alleen ons ondergoed op, omdat ze zo sappig waren dat we helemaal onder de mango zaten als we ze op hadden. Mijn vader noemde ze altijd ‘badkamervruchten’.

HERINNERINGEN

Als ik aan Curaçao denk, denk ik aan de dividivi-bomen, die met hun kruin horizon- taal zijn gegroeid door de altijd waaiende noordoostpassaat. Ik voel die warme wind; in combinatie met de brandende zon zorgt hij voor een werkelijk perféct klimaat. Als
de zon aan het einde van de dag de lucht knalrood kleurt, is de temperatuur ideaal. Met een cocktail in m’n hand en m’n blik gericht op de horizon is mijn geluk compleet. Bij voorkeur een whisky ginger ale met veel ijs, een mix die nu ineens hip is, maar die mijn oma vijftig jaar geleden al dronk. Ze is 92 geworden, dus volgens mij is dit een heel gezond drankje!

Ik denk aan de zondagse barbecues, als families hun busjes het strand op rijden en naast eten, drank en barbecue hun halve huisraad, oma en een goeie gettoblaster uitladen. Ik denk aan uren zwemmen in het lauwe water van de zee. Ik zie de cactussen voor me die soms wel zeven keer zo groot als ik zijn, en de geiten die het eiland kaalvreten.

Van mijn jeugd ben ik veel vergeten, maar aan Curaçao bewaar ik zoveel heldere herinneringen. Ik krijg vlinders in mijn buik als ik denk aan Curaçao. Altijd gingen we naar Boka Tabla, waar de golven tegen de scherpe rotsen kapotslaan en metershoog opspatten. En naar Boka Pistol. Het water stroomt met geweld deze nauwe inham in de rotsen in en wordt er met nog meer geweld uitgeschoten. Vandaar de naam. Zeker als kind vond ik dit heel indrukwekkend. Willemstad, met z’n felgekleurde huisjes en winkels, de Pontjesbrug en de drijvende markt, waar we bakkeljauw, pastechi’s en fungi kochten, was altijd leuk voor een dagje. Ook aten we geregeld stoba, (een Caribische stoofschotel, vaak met geiten- vlees) bijvoorbeeld bij Westpunt. Het restaurant Playa Forti ligt op een rots en kijkt uit over een baai met dezelfde naam. Extra attractie was de sprong die we daar konden maken vanaf een plateau twaalf meter naar beneden de zee in. En natuurlijk ijs eten bij Baskin Robbins!

ZWEMMEN MET DOLFIJNEN?

Ik herinner me dat Sea Aquarium net geopend werd. Fantastisch vonden mijn zusje en ik het om pijlstaartroggen en sidderalen van zo dichtbij te zien. Toen ik hier een paar jaar geleden nog eens naar terug ging, deze keer met mijn eigen dochter, was het echt vergane glorie. Je kunt er wel zwemmen met dolfijnen, wat ik ook een keer gedaan heb, maar na het zien van de documentaire The Cove over de jacht op dolfijnen en de ellende van hun leven in gevangenschap, zou ik dat nu nooit meer doen.

NOG ALTIJD PRACHTIG

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het toerisme Curaçao niet alleen maar goed gedaan heeft. Zeker de buurt rondom Sea Aquarium, met z’n opgespoten stranden, grote hotels en harde muziek, is een soort Costa Brava geworden. Maar als je van de Costa houdt, is het er mega gezellig.

Op sommige ooit romantische, rustige strandjes staan nu plastic ligbedden netjes op een rij, en galmen weinig Caribische nummers als Eén kopje koffie door de luidsprekers. Of er staat een groot vijfsterrenhotel, zoals het Hyatt op Santa Barbara Beach, waardoor een dagje aan deze baai eigenlijk alleen nog is weggelegd voor rijke, voornamelijk Amerikaanse, toeristen. Toen ik zeventien was, kregen wij de sleutel van het toegangshek dat leidde naar Cas Abao. Dit bounty-achtige strand was in die dagen ons privé paradijs! Nu is dit het nog steeds mooie, maar toeristische Bon Bini Beach. Sommige herinneringen zijn uitgegumd. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog!’ Maar het overgrote deel van Curaçao is nog altijd prachtig. Strandjes zoals ik van vroeger ken, vind je vooral in de buurt van Sint Willibrordus. Of op weg naar Westpunt, zoals Grote en Kleine Knip. Met mijn familie gaan we nog steeds eens in de zoveel jaar naar mijn moeders geboorteland, dat ook een beetje als mijn thuis voelt.

WAT ER AAN MIJ VOORAF GING

Mijn opa en oma kwamen rond 1930 vanuit Suriname naar Curaçao. Mijn opa, Roland, ontwikkelde zich van telegrafist tot adjunct-directeur van de ’s Lands Radio Dienst. Als allereerste heeft hij de televisie op Curaçao gebracht. Grappig detail is dat mijn moeder als klein meisje als eerste te zien was op Tele- Curaçao! Mijn oma had een goede baan bij de bank. Beiden zijn geboren in Suriname en in de jaren 30 naar Curaçao gekomen. In die tijd gingen veel Surinamers naar de Antillen omdat er daar meer kansen waren.

Mijn moeders jeugd was er een van veel vrijheid. Buiten spelen in de knoek (het droge struikgewas), kamperen in het mangohofje van de baai Santa Cruz, en klimmen in tamarindebomen. Als tiener ging men op het eiland niet echt uit, maar waren er elke week feestjes bij vrienden thuis. Daar waren dan bandjes, er werd gesjanst en er werd natuurlijk de merengue gedanst.

Eens in de zes jaar nam mijn opa een halfjaar vakantie en ging het gezin naar Nederland. Op haar zeventiende leerde mijn moeder daar, op de Kweekschool in Utrecht, mijn vader kennen. Als de dag van gisteren herinnert mijn vader zich hoe mijn moeder, in een groen jasje, parmantig het plein van de lerarenopleiding op kwam lopen. Hij was meteen verkocht.

EMIGREREN IN DE JAREN 70

In 1970 trouwden mijn ouders en besloten ze voor een paar jaar naar Curaçao te emigreren, omdat mijn vader mijn moeders achtergrond wilde leren kennen. Een jaar voordat mijn ouders vertrokken, ontstond er grote onrust op het eiland. Een staking van Shell-personeel leidde tot een volksopstand, brandstichting in het oude Willemstad, het aftreden van de regering en mariniers die vanuit Nederland naar Curaçao gestuurd werden om de opstand neer te slaan. Dat een groot deel van de bevolking in opstand kwam, kan geen verrassing zijn geweest. De rijke witte bovenlaag van Curaçao had het veel beter dan de zwarte bevolking. Ze woonden veelal in afgesloten villawijken als Emmastad en Julianadorp, waar zwarten alleen naar binnen mochten om schoon te maken. Het was een vorm van apartheid. In 1970 werden de slagbomen bij de villawijken weggehaald en gingen ook rijke zwarte mensen in deze wijken wonen. Het grootste deel van de zwarte bevolking van Curaçao walgde daar dan weer van. Zo werden ook deze tegenstellingen zichtbaar.

Mijn ouders gingen werken in Buena Vista, dat toen nog een krottenwijk was. Mijn vader stond daar als witte Hollander voor een klas met 55 zwarte kinderen. Het was allemaal even wennen voor mijn vader, die zijn leven tot dan toe had doorgebracht in een Utrechts arbeidersmilieu: een tropisch eiland, een vrouw, een vrije en losse manier van leven, barbecueën (had hij nog nooit gedaan!), de hitte, maar ook de weerstand bij een deel van de bevolking tegen de macamba’s, een Antilliaans scheldwoord voor witte Hollanders.

Maar wat absoluut overheerste was juist de warmte van de bevolking. De wortels van mijn vaders, en misschien daardoor ook wel mijn, sociale hart liggen daar. In de sloppen- wijken waar hij met een aantal collega’s in de avonduren lesgaf aan de moeders van
de schoolkinderen. Vaders waren vooral doorgangsfiguren. Ze maakten een kind en gingen verder naar de volgende vrouw. De vrouwen vormden de sterke stoere basis van gezinnen. Mijn vader zag de armoede en ongelijkheid en begon de waarde van
het communisme te zien. Hij heeft nog een manifest geschreven, over hoe het socialisme vanuit de Antillen via Zuid-Amerika over de wereld verspreid zou moeten worden. Een poster van Che Guevara prijkte in mijn jeugd aan een muur in ons huis.

De Curaçaose jeugd kreeg les uit Neder- landse boeken en leerde zo over de Limburgse löss en de Friese meren. Omdat ze aan die kennis natuurlijk helemaal niks hadden, ontwikkelde mijn vader samen met een aantal andere leerkrachten eigen lesmateriaal. Mijn ouders beleefden er intense eerste huwelijksjaren. Na drie jaar keerden ze terug naar Nederland, waar ze niet lang daarna mij op de wereld zetten.

ONVERGETELIJK MOMENT

Jaren later zijn we met de hele familie op Curaçao. Het is de dag voor de inauguratie van de nieuwe president van Amerika, Obama. We voelen ons, net als een groot deel van de wereld, euforisch en besluiten naar Willemstad te gaan, omdat we behoefte voelen om deze gebeurtenis in een groter historisch perspectief te plaatsen. Slavernijmuseum Kura Hulanda. Wat een mokerslag krijg je als je daar rondloopt en de verhalen hoort.

Natuurlijk weet ik een heleboel al, maar als ik het ruim zie van een schip waarmee de slaven in een tocht die maanden duurde, geketend, op elkaar gepakt en zittend in hun eigen uitwerp- selen, van Afrika naar Curaçao gebracht werden, kan ik mijn tranen niet bedwingen. Velen overleefden de overtocht niet. De Nederlanders stonden bekend als de meest wrede slaven- drijvers. Onder leiding van de slaaf Tula was er in 1795 een grote slavenopstand op Curaçao. De erudiete Tula inspireerde medeslaven om
in opstand te komen tegen het grote onrecht dat hen door hun ‘meesters’ werd aangedaan en te streven naar vrijheid en gelijkheid. Hij is een heel belangrijk figuur in de geschiedenis van Curaçao. Uiteindelijk schafte Nederland de slavernij in pas 1863 helemaal af. Ruim dertig jaar nadat de Engelsen dit deden…

De dag na ons bezoek aan het slavernij- museum zijn we vroeg van de baai naar ons appartement gegaan om op een krakkemikkige zwart-wit televisie ontroerd en hoopvol naar de inauguratie van Obama te kijken. Een moment om nooit te vergeten.

TIPS VAN BARRY

Barry Hay woont met zijn vrouw Sandra sinds een jaar of 10 op Curaçao. Als er iemand is die weet waar je moet zijn om het goed te hebben, is hij het.

SLAPEN

  • Scuba Lodge is een knalblauw geschilderd boetiekhotel, pal aan zee. scubalodge.com
  • Hotel BijBlauw heeft prachtige kamers. Of in Barry’s woorden: ‘Je kunt hier ook goed vreten’. Dat je het weet. bijblauw.com
  • Nog een mooi chique hotel in Willemstad is Saint Tropez Ocean Club. Met mooi zwem- bad uitkijkend over zee. sainttropezcuracao.com
  • Logeren in een oud-Hollands monument doe je bij Pieter- maai Boutique Hotel. pietermaaiapartments.com
  • Een prachtige plek is Corazón van Katja’s oud-BNN-collega Edwin Schippers. Hij verhuurt twee huizen in Banda Abou. corazoncuraco.com

ETEN

  • ‘Goed eten en goeie lounge- plek. Niet te druk maar wel een beetje exclusief.’ Dat is Mood Beach in Willemstad. moodbeachcuracao.com
  • Il Barile da Mario is een klein Italiaans restaurant in Willemstad. ‘Beste tiramisu en goeie koffie, gaat wel al om 19.00 uur dicht.’
  • Landhuis Daniel is een hotel, maar in de middag een pannenkoekentent. ‘En ’s avonds echt lekkere sliptong en biefstuk.’
  • Voor visliefhebbers is er Fishalicious: ‘Duur maar top.’ fishalicious.net
  • Vis direct uit zee, maar wel met een plastic bestek én wijn uit plastic bekers krijg je bij Purunchi. ‘Je zit hier top.’
  • Jawel, ook op Curaçao eet je haring. En wel bij Haringkar Zeelandia. ‘Ook voor de kibbeling.’
  • Lekkere roti (nou ja, eigenlijk gewoon ‘de beste ter wereld’) krijg je bij Paramaribo B.V. in Willemstad.

DRINKEN

ZEKER DOEN

  • BOCA SAMI: ‘Vissersdorp waar je heel goed kunt feesten. Funky, goed eten, betaalbaar, full moon feestjes.’
  • DAAIBOOI: Gezellig strandje waar je op zondag heen moet voor de barbecue.
  • CAS ABAO: Droomstrand: knalblauwe zee, palmbomen en wit zand.
  • BLAUWBAAI: Grootste strand van het eiland. Zeker heen om ’s avonds te eten.

Nog meer reisverhalen en tips vind je in mijn reisboek, bestel hem hier

29 mei

Sri Lanka – ‘Reis door jezelf’

Sri Lanka is een adembenemend mooi land met tropische bossen, witte palmen­ stranden, prachtige tempels, oude steden en knalgroene theeplantages. Maar daarvoor ging ik er niet naartoe.

Dat het moderne leven ons oneindig veel mogelijkheden biedt, is geweldig. De overspannen verwachtingen van onszelf en elkaar, de bijbehorende overvolle agenda’s en het idiote tempo waarin we leven, is minder. Frustratie, stress, burn-out en depressie zijn aan de orde van de dag. De overload aan prikkels zorgt ervoor dat we het meer dan ooit nodig hebben om af en toe naar binnen te keren om te weten wie we zijn en wat we nou eigenlijk echt belangrijk vinden. Soms moet het gewoon even stil zijn. Omdat alle lawaai het onmogelijk maakt om echt naar jezelf te luisteren. Het lawaai om je heen. Maar ook het lawaai dat je zelf maakt.

RUST TEMIDDEN VAN DE HECTIEK

Ik heb een hectisch leven, iets dat ik vaak hartstikke lekker vind. Maar soms overdrijf ik het en merk ik dat ik nerveus word. Prikkelbaar. Somber. Een jaar of tien geleden ontdekte ik yoga en hallelujah wat heerlijk dat men dat een paar duizend jaar geleden in India bedacht heeft! En wat een geschenk dat een aantal mensen yoga de vorige eeuw naar het Westen brachten. Inmid- dels schieten yogascholen ook hier overal als paddenstoelen uit de grond en dat is niet gek. Yoga leert je je geest te focussen en je lichaam te beheersen. Yoga brengt rust temidden van alle hectiek. Yoga maakt dat mijn alle kanten opvliegende gedachten neerdalen, dat het me lukt om intuïtief te weten, en dat ik met een glimlach op mijn gezicht weer naar buiten slenter.

BETOVEREND OORD

De keren dat het in mijn leven even echt niet goed ging en het me in alle rumoer niet lukte om helder te kijken en te voelen, heb ik mijn heil in
de yoga gezocht. En gevonden. Een paar fijne lessen waren alleen niet voldoende. De eerste keer ging ik naar Ulpotha in Sri Lanka, een betove- rende yoga & ayurveda retreat en een plek waar mensen al duizenden jaren naartoe gaan om tot rust te komen. Ulpotha is van een zeldzame schoonheid. Het eco-dorpje is gelegen aan een prachtig meer waarin lotusbloemen drijven en hangmatten tussen bomen aan de oevers je verleiden tot lezen of een middagdutje, luisterend naar de geluiden van het oerwoud en turend naar de omringende bergen. De ene helft van het jaar is dit een eenvoudig dorp waar rijst wordt verbouwd en tijdens de andere helft geven de beste yogaleraren ter wereld hier les.

VAN LEEG NAAR VERLICHT

Twee weken sliep ik in een van de elf traditionele lemen hutjes. Er is
geen elektriciteit en alles wordt verlicht door olielampen. De huisjes zijn halfopen zodat je altijd verbonden bent met de geluiden van de jungle.
Je mag er geen eten bewaren en nadat ik terugkwam van mijn eerste yogales begreep ik waarom. Mijn hele hutje zal vol apen! Blijkbaar had
ik nog ergens een crackertje in een van mijn tassen… Ik wandelde door
de rijstvelden, zwom in het meer, schreef mijn gedachten op in een van mijn vele notitieboekjes, deed yoga op een rots of in de schaduw van vijgenbomen, laafde me aan de goddelijke vegetarische maaltijden, liet me met olie masseren en wachtte op inzicht en wijsheid. Daarvoor was ik hier immers naartoe gekomen; om orde te scheppen in de chaos in mijn hoofd. De eerste dagen kwam er helemaal niks. Het was fijn en ontspannend maar ik voelde me vooral leeg. Tot ineens, op dag vijf, het leek alsof het licht in mijn hoofd werd aan gedaan. Mijn pen kon de stroom aan antwoorden op alle vragen die ik voor mezelf had opgeschreven nauwelijks bijhouden. Ik voelde me verlicht!

EEN GESCHENK AAN MEZELF

De tijd die ik voor mezelf had genomen, maar zeer zeker ook de liefdevolle zorg van de mensen hier hadden ervoor gezorgd dat ik bijna letterlijk herboren werd. Ook had ik voor het eerst in mijn leven kennis gemaakt met de heilzame werking van de Ayurvedische kruidenbehandelingen, oliekuren, massages en voeding die je hier onder leiding van een Ayurve- dische arts krijgt (zie de volgende pagina’s). Ik nam mezelf voor dit vaker te doen. Toen een aantal jaar later een volgende crisis zich aandiende, boekte ik weer twee weken Sri Lanka. Deze keer ging ik naar het Barberyn Reef Resort. Een minder idyllische plek, maar nog meer gericht op Ayurvedische behandelingen. Het was wederom een geschenk om hier te mogen zijn. Een geschenk van mezelf, aan mezelf.

Eigenlijk zou je niet moeten wachten op een rotperiode in je leven om naar een van deze oorden te gaan. Je zou er elk jaar moeten beginnen om je hoofd en lijf liefdevol te resetten. En je hoeft er echt niet helemaal voor naar Sri Lanka, dit soort heerlijke plekken heb je ook dichterbij huis en betaalbaarder. Maar een of twee weken alleen zou je jezelf echt moeten gunnen. Bedenk voor hoeveel minder belangrijke dingen je vaak wel tijd maakt. En als je kinderen hebt: zij – en jij – hebben vast een beetje gemis over voor een ultra chille vader of moeder!

Meer over Aryuveda, de mooiste retreats en andere reisverhalen vind je in mijn reisboek, bestel hem hier

25 mei

Costa Rica – ‘Pura Vida’

Ik werd verliefd op Costa Rica. De romantiek van de eerste keer alleen reizen had zeker bijgedragen aan de vlinders, maar het was vooral de natuur en het gebrek aan opsmuk waar ik als een blok voor was gevallen. Geen huis, geen straat, geen mens probeert hier anders of meer te zijn dan wat ie is. ‘Pura Vida!’ roepen mensen als ze elkaar groeten, en zo is het. Hier leeft men puur. Als ik er ben, draag ik vaak dagen dezelfde kleding en geen make-up. Het voelt heerlijk om onder het stof te zitten van de droge paden waar je te paard of in een jeep overheen stuift. En op de een of andere manier heb ik het hier nog nooit vervelend gevonden als het dagenlang regende. Sterker, zwemmen in de regen of helemaal onder de modder onder een dakje een Imperial, het lokale bier, drinken overspoelt me met een groot gevoel van vrijheid en geluk.

VERSLAAFD AAN HET OERGEVOEL

Die eerste keer was ik er dus alleen, en het was wat men noemt een life changing event. Ik had me tot in het diepste van mijn wezen verbonden gevoeld met de natuur en met het leven zelf en naar dat gevoel zou ik vanaf toen steeds weer op zoek gaan. Niet alleen in Costa Rica, maar overal ter wereld. Ik was verslaafd geraakt. Verslaafd aan dit oergevoel. Verslaafd aan reizen.

MONTEZUMA

Een geliefd backpackersdorp en, net als de meeste plekken aan de westkust van Costa Rica, heel populair bij surfers en kitesurfers. Dit is de plek waar mijn liefde voor het land in alle hevigheid ontlook. Het simpele dorpje is weinig veranderd sinds ik er ruim twintig jaar geleden voor het eerst kwam. De meeste wegen zijn gelukkig nog steeds niet bestraat en van de architec- tuur moet dit dorp het, net als de meeste andere plekken in Costa Rica, niet hebben. Zoals ik al zei: hier is alles wat het is. En dat is een heleboel!

De sfeer is heerlijk en relaxed. De stranden en woeste natuur pakken je in waar je bij staat. Behalve hier gewoon ‘zijn’, wat in principe al meer dan genoeg is, kun je hier kajakken, baden bij een van de vele watervallen, yogalessen volgen, duiken of snorkelen (er zitten hier schildpadden en walvishaaien, zeker in de buurt van het nabijgelegen Tortuga eiland). Of je maakt een canopy tour. Dat laatste is iets dat je op veel plekken door het land kunt doen; in een soort tuigje roetsj je aan stalen kabels tussen de toppen van bomen en over dalen en ravijnen, waardoor je je vanuit een uniek standpunt middenin de natuur bevindt.

YLANG YLANG BEACH RESORT

In een van de bungalowtjes van dit resort aan het strand van Montezuma was ik voor het eerst in mijn leven op een heerlijke manier alleen. Er is een groot verschil tussen eenzaam of op jezelf zijn. Het eerste is verschrikkelijk, het tweede kan je enorm gelukkig maken. Denk eens terug aan momenten in je leven dat je echt gelukkig was. De kans is groot dat daar veel momenten bij zitten dat je alleen was.

Het brede strand grenst aan het regen- woud en je weet van gekkigheid niet meer of je nou uitzinnig van vreugde moet worden van het geluid van de vogels, van de zee of van de vrolijke apen. Ik wil niet al te enthousiast doen, want dan kan het alleen maar tegenvallen, maar jeetje, dat is lastig!

MONTEVERDE

Zet warmte en zon even uit je hoofd en je gaat enorm genieten van deze groene oase met een duizelingwekkende verscheidenheid aan dieren en planten. De eerste keer dat ik er kwam, was ik als zonaanbidder even teleurgesteld dat ik een trui aan moest trekken, maar al snel was ik een en al open mond. Het natuurgebied ligt op zo’n 1400 meter waardoor er vrijwel altijd een dikke mist hangt, wat het geheel nog betoverender maakt. Maar, het is hier behoorlijk toeristisch geworden en ik moet het eerste sfeervolle hotelletje hier nog vinden. Tips zijn natuurlijk altijd welkom!

RANCHO MARGOT

Deze ecolodge is het toppunt van duur- zaamheid. Kleiner dan dit kan je ecologische voetprint niet zijn. (Als je hier naartoe gehup- peld bent dan natuurlijk en niet gevlogen.) Deze plek is het idee van de Chileen Juan Sostheim. Wandelend tussen de enorme hoeveelheid planten, groenten, kruiden en fruit, kan je je niet voorstellen dat dit een aantal jaren terug een stuk opgebruikt weideland was waar alleen nog een paar zielige boompjes wilden groeien. Juan kocht de plek om zijn droom te creëren: zelfvoorzienend zijn. De douches worden verwarmd via koeienpoep, er wordt gekookt op methaangas dat wordt gemaakt uit de urine van het vee, en ze produceren nauwelijks afval omdat ze simpelweg geen voorverpakte producten kopen. Ik zeg wel ‘simpelweg’, maar sinds ik hier geweest ben valt me op hoe werkelijk alles totaal overbodig in plastic verpakt is. De belangrijkste reden echter dat ik dit resort zo inspirerend vond, was dat Juan hoopt dat deze plek een schaalbaar voorbeeld kan zijn voor vluchtelingenkam- pen, waar mensen vaak veel te lang, afhankelijk en zonder doel in hun leven zitten. Hoe mooi zou het zijn als zij daar dit soort zelfvoorzienende mini-samenlevingen kunnen maken.

CARIBISCHE KUST

De stranden aan de Caribische Zee aan de oostkant van Costa Rica hebben een totaal andere sfeer dan die aan de westelijke Pacifische kust. Door de Afro-Caribische invloeden hangt hier een soort laidback Bob Marley sfeertje. Het plaatsje Cahuita, gelegen in het gelijknamige National Park is heel relaxed en je hebt hier het grootste koraalrif van Costa Rica. Het dorpje Puerto Viejo is een plek om verliefd (op) te worden. Huur hier fietsen en vergeet de tijd.

SLAPEN IN DE NATUUR

Hotelletjes zijn heerlijk natuurlijk, maar het kan veel avontuurlijker: ga kamperen of trek rond met een camper. Nomad in San José verhuurt four-wheel drives met daktent erop. Dit wordt zeker een van mijn volgende reizen, want op deze manier heb ik het land nog nooit beleefd. In tegen- stelling tot veel andere landen mag je je camper of busje overal neerzetten voor de nacht. Bijvoorbeeld op een strand, met de ramen open, luisterend naar het geluid van de branding. Ook heel mooi is Hostel Alouatta waar je kunt slapen in een safaritent in een tuin vol fruitbomen. De camping ligt precies tussen Playa Coyote en San Francisco de Coyote en een van de tenten kijkt uit op zee. Meer temidden van de natuur lijkt me onmogelijk.

NICARAGUA

Dit lijkt een rare ‘Costa Rica-tip’ aangezien Nicaragua niet ín maar naast Costa Rica ligt. En toch hoort hij hier thuis vind ik. Costa Rica is op de meeste plekken zeer zeker niet verpest terwijl het inmiddels een populaire toeristenbestemming is. Maar toen ik een paar jaar terug voor 3 op Reis de grens van het ene naar het andere land overstak, voelde ik weer hoe bijzonder het is om
op plekken te komen waar nog nauwelijks toeristen zijn geweest. Waar mensen het net zo leuk en spannend vinden om jou te zien, als jij hen.

Nicaragua is een van de minst bezochte plekken
van Latijns-Amerika en dat is jammer. Eind vorige eeuw woedde hier een verschrikkelijke burgeroorlog maar die ligt gelukkig ver achter de inwoners van dit land. Het land is veilig, zeker zo mooi als Costa Rica en de mensen die ik er ontmoet heb van een opvallende hartelijkheid. Bovendien, alles kost hier de helft van wat je in het buurland betaalt. Granada en León zijn twee
van de mooiste en leukste steden van heel Midden-Amerika. Ik overnachtte in Sábalos Lodge bij het stadje El Castillo, een eenvoudig houten huisje op palen aan de Río San Juan. ‘Voor een dubbeltje op de eerste rij’, dat gevoel. Als je niet hecht aan vijfsterren luxe dan is dit een tiensterrenplek.

OMETEPE

Een belachelijk gelukkigmakend vulkaan- eiland, dat is Ometepe! De mensen, de natuur, de geur van fikkies overal; baad je twee keer per dag in de DEET tegen de vele muggen en je wil hier niet meer weg.

TO DO LIST COSTA RICA

Schrijf maar vast op je lijstje voor Costa Rica: Rincón de la Vieja, een schitterend nationaal park waar je waanzinnig kunt wandelen rondom een nog werkende vulkaan. Nog mooier misschien wel is het schiereiland Osa aan de Pacifische kust; hier kun je het regenwoud in. Of ga naar Malpaís waar je zowat dag en nacht kunt surfen, en het strand echt magisch is. Andere surfspots zijn Santa Teresa en Pavones.

En hierom houd ik van Costa Rica

  • Costa Rica probeert in 2021 het eerste klimaatneutrale land van de wereld te zijn.
  • In de Happy Planet Index die aangeeft hoe gelukkig de mensen zijn, staat Costa Rica geregeld op nummer één!
  • Costa Rica heeft zijn leger afgeschaft! En sindsdien geen oorlog. Ideetje voor meer landen…?
  • Het is een van de meest ontwikkelde en welvarende landen van Latijns-Amerika.
  • Ze hebben hier fantastische koffie!
  • Costa Ricanen zijn een stuk kleiner dan de gemiddelde Nederlander en daarom zijn stoelen en tafels vaak zo’n 25 centimeter lager dan in Nederland. Wat voor veel van jullie misschien irritant is, maar voor mij met mijn 1 meter 63 top!

Nog veel meer reisverhalen, inspiratie en tips in mijn reisboek, bestel hem hier

11 mei

Eerste stapjes: MALGRAT DE MAR & TUNESIË

Ik was acht jaar. Als ik zonder toezicht van mijn ouders buiten speelde, was duidelijk tot waar mijn wereld reikte. Ten westen liep de grens tot het iets schuinstaande betonnen paaltje op de stoep tussen de twee gemeentetuinen met rozenbottelstruiken. Aan de noordkant waren het de rijtjeshuizen die degene aan onze kant spiegelden en ook oostelijk vormden huizen een natuurlijke afbakening. Nog altijd droom ik over de keren dat ik stiekem deze grenzen overschreed, met opgewonden vlinders in mijn buik rennend naar de flats twee pleinen verderop. Of zelfs verder, tot waar ik het bos van Rhijnauwen kon zien. Die nieuwsgierig- heid naar het onbekende heb ik altijd gehad.

Ik weet zeker dat mijn ouders mijn tomeloze hang naar avontuur waardeerden, maar besef nu dat ik ze lange tijd niet vol
vertrouwen achterliet. Interrail – met de trein door heel Europa – zat er voor mij dus ook niet in, Tienertoer wel. Mijn eerste reizen zonder mijn ouders waren een feit! Met mijn vriendin Marloes ging ik naar Maastricht, Domburg, Scheveningen en Texel. Zestien jaar. Met z’n tweetjes. Slapen in jeugdherbergen. Vrijheid! Stoer! Onvergetelijk!

Iets later, ik was achttien, begon ik aan een aantal memorabele, niet per se voor herhaling vatbare reizen met mijn beste vriendin Miriam. Met de bus en een fles Pisang Ambon naar een camping in Malgrat de Mar. Naar een veel te toeristische plek in Tunesië tussen Sousse en Monastir. En toen we het eindelijk begonnen te begrijpen, naar Cuba!

TUNESIË

Wat een verknipte plek was dit. Overal werden we aangeklampt door de plaatselijke mannelijke bevolking. Op het strand was een lijn gespannen tussen de zonnebedjes en de branding, een lijn waar de jongens en mannen uit de buurt niet overheen mochten omdat toeristen anders teveel lastiggevallen zouden worden. We snapten het wel, het was ook prettig even verlost te zijn van opdringerige verkopers en versierders. Tegelijkertijd, dit was hún strand! Hún land. Veel mensen waren arm. Discotheken mochten locals alleen binnen aan de hand van een westers meisje. Kijk de indringende film Paradies: Liebe, en hoewel een iets ander thema, je begrijpt wat ik bedoel. Gelukkig hebben we nog wel een goeie foto van onszelf tijdens een authentieke (heerlijk woord!) kameeltocht.

MALGRAT DE MAR

We hadden een tent geboekt op een camping. De eerste nacht wisten we dat we een week niet zouden slapen: de tent stond op hoogstens drie meter van een spoorlijn. De vele nachtelijke treinen leken dwars door onze tent te rijden. Belangrijke tip: als je wilt winnen; ga topless! Er waren bubbling danswedstrijden in de disco. De eerste prijs was een overnachting in een luxe hotel. Ik deed mee en werd tweede – ik had mijn kleding aangehouden. We mochten gratis op een banaan.

Nog veel meer reisverhalen, inspiratie en tips in mijn reisboek, bestel hem hier

25 dec

KEBAB-TOUR IN BERLIJN

Mijn liefje ging samen met zijn compagnons Johanneke en Guillaume zijn horeca-imperium uitbreiden met een falafel- en kebabzaak, en dus moesten ze op vooronderzoek. En waar kun je dat beter doen dan in de kebab-hoofdstad van Europa: Berlijn! Aangezien er een grote Turkse gemeenschap in Berlijn woont, zijn er zeker meer dan duizend döner kebab-zaken in de stad.

Omdat ik vond dat een objectief oordeel van een buitenstaander van cruciaal belang was voor het beoordelen van de kebab, maar vooral natuurlijk omdat ik mee wilde naar een van mijn favoriete steden, drong ik mezelf op.Ikzeiernietbijdatikinmijnhele leven nog nooit één kebab had gegeten. Hier zou snel verandering in komen. Wat een hoeveelheid broodjes hebben wij in een paar dagen weggewerkt… Guillaume had grondig onderzoek gedaan en een hele tour voor ons uitgezet: we huurden brommertjes en gingen op kebab-tour! In het begin van de tour bestelde iedereen nog gulzig een heel broodje voor zichzelf, maar bij de vierde zaak werden de broodjes kreunend gedeeld. Ter verkoe- ling doken we halverwege in de fontein in de Karl-Marx-Allee (niet nadoen) en namen we een duik in het Badeschiff in de wijk Kreuzberg (zéker nadoen).

OP DE BROMMER

Brommers huren doe je bijvoor- beeld bij scooter2go of bij Vespa-Verleih. Liever op de fiets? Die huur je op elke straathoek!

Mustafa’s gemüse kebab

Een van de oudste, met alleen maar groente en een krankzinnig lange rij voor het stalletje!

Tadim Döner

Vlakbij de Kottbusser Tor, in hartje Kreuzberg waar de meeste döner- zaken van de stad zijn. Deze döner kebab vonden we de allerlekkerste!

Nog veel meer reisverhalen, inspiratie en tips in mijn reisboek, bestel hem hier