Samen iets beleven, op avontuur, écht samenzijn. Dat wilde ik tijdens de zomer- vakantie van 2017. Sammie is een ontzettend sociaal meisje, wat hartstikke leuk en fijn is, maar ook best ongezellig voor mij: ze is verdorie de hele dag de hort op!

Toen Sammie en ik met z’n tweetjes naar Ibiza gingen, had ik een prachtig huisje gehuurd. Oké, een belachelijk grote villa omdat ik op het laatste moment niet iets kleiners kon vinden en we dus elke avond in een andere kamer hebben geslapen. Waar het om gaat is: ze verveelde zich kapot. En hoewel ik met de Barbies wilde spelen, kunstjes met haar deed in het water, haar aanbood om alle soorten spelletjes en knutseldingen met haar te doen, het mocht niet baten. Ik was gewoon geen kleuter, en daar konden al mijn inspanningen niks aan veranderen. En dus moest ik voortdurend in opdracht van Sammie kinderen aanspreken, veelal in talen die ik zelf ook niet sprak: of ze alsjeblieft met mijn dochter wilden spelen. Dat wilde ik dus niet meer. Deze keer even geen strandvakantie meer ons!

OP SAFARI, OF TOCH NIET?

Dus bedacht ik iets anders: samen op safari, naar Zuid-Afrika! Een overzichtelijk aantal uren vliegen, geen tijdsverschil, en welk kind houdt er nu niet van grote wilde dieren? Onze kat is door haar zelfs vernoemd naar Freek Vonk! Je kunt je voorstellen dat dat bij ons thuis nog weleens tot de nodige verwarring leidt… Op alles was ik voorbereid, maar dat mijn dochter, bloedserieus, de volgende legendarische woorden zou spreken: ‘Mama, ik denk dat ik daar nog iets te jong voor ben, dat kunnen we beter doen als ik wat ouder ben. Laten we naar Disneyland Parijs gaan.’

Verbijsterend! Serieus? Míjn kind? Zo’n teleurstellend gebrek aan verlangen naar avontuur? Geen leeuwen maar Mickey Mouse? Geen olifanten maar Donald Duck? Daar moest ik even van bijkomen. Waar- schijnlijk nog van slag door haar antwoord, mompelde ik: ‘Oké, laten we dat doen…’ Mijn zus was gelukkig iets scherper toen ik haar over onze plannen vertelde: een pretpark is sowieso best hysterisch, maar in de zomer is het horror.

EEN CAMPER!

Nieuw plan: een camper! Sammie heerlijk naast mij, trekkend van camping naar camping en verder zou ze lekker nergens heen kunnen, ha! Gelukkig zag Sammie dit nieuwe plan ook zitten. Een camper zoeken viel nog niet mee, want een camper huren is blijkbaar populair in de zomer en inmiddels waren we al wat aan de late kant. Maar uiteindelijk vond ik een heel mooie oude Hymer. Met z’n tweetjes hebben we ’m opgehaald, ingericht en er meteen al een nachtje in geslapen, voor ons huis op de oprit. Superromantisch! We zagen het avontuur helemaal zitten. De volgende dag gingen we op pad, zonder vaste plannen. Het enige wat vaststond, was de eindbestemming, het huisje dat mijn vriendin Frédérique Spigt jaarlijks huurt en waar we een paar dagen in de tuin zouden gaan staan.

GEEN KAART, GEEN NAVIGATIE

Ik was niet zo heel goed voorbereid, ik geef het maar meteen toe. Ik had de weg op z’n minst een beetje moeten uitstippelen. Ik
had geen kaart bij me, de navigatie was kapot en mijn telefoon hield er al in het begin van onze tocht mee op. Voor een fervent reiziger laat mijn geografische kennis jammergenoeg zeer te wensen over, en, nou ja, het was eigenlijk een drama. Nou ja, een dramaatje dan. Niet één supermarkt verkocht een kaart van de omgeving. Ik vond het heel even niet zo heel leuk meer. Sammie kreeg dat gelukkig niet mee; ze tekende aan het leuke tafeltje, stond in het keukentje wat te klooien en was lekker aan het spelen. Het enige wat ze wilde, was een camping met een zwembad. Uitzinnig van vreugde was ik toen mijn telefoon het ineens weer deed, ik hulptroepen in Nederland kon bellen en kon googelen naar campings in de buurt met zwembad. Ik werd enorm uitgelachen, omdat ik in vijf dagen eigenlijk nog nauwelijks de Belgische grens over was. Ik had al behoorlijk wat kilometers afgelegd, dus moet honderdduizend rondjes hebben gereden. Maar goed: als je geen bestemming hebt, kun je ook niet verkeerd gaan. Dat vind ik zelf wel een mooie, dus daar hield ik me maar aan vast.

TENT ACHTER DE VOORSTOELEN

Met je toilettasje naar de doucheblokken, in een teiltje de afwas doen, het geroezemoes van de camping als je lekker in je bedje ligt, ik heb daar heel romantische herinneringen aan. Zeker tot mijn veertiende gingen we met het gezin met de tent op pad. Als de laatste schooldag voor de zomervakan- tie erop zat, en voor mijn vader en moeder hun laatste werkdag, brachten ze mijn zus en mij naar mijn opa en oma in Utrecht. Mijn ouders pakten dan de auto in: de bungalowtent ging achter de voorstoelen, daarop de slaapzakken en de kussens; een superknus bedje voor Birgit en mij. Als ik eraan terug denk voel ik het weer: de opwinding, vlinders in mijn buik, geborgenheid. Ik wist wat ons te wachten stond, want we deden het elk jaar, en juist daarom verheugde ik me zo. Tegen de avond kwamen onze ouders ons ophalen en konden we vertrekken. Mijn ouders hadden altijd twee of drie nieuwe cassettebandjes met sprookjes voor ons waar we uren achter elkaar naar luisterden, en we kregen het nieuwe Donald Duck vakantieboek. En dan gingen we rijden.

RUZIE OP DE RING

Op de Périphérique van Parijs kregen mijn ouders steevast stress, omdat we, zoals iedereen lijkt het, altijd de verkeerde afslag namen en kwamen ze behoorlijk kapot aan op de camping. Mijn moeder ging dan met ons naar het zwembad en mijn vader zette in zijn eentje de bungalowtent op. Iets wat ik nog steeds niet begrijp, want volgens mij is dat fysiek vrijwel onmogelijk. Hierna lag hij dan meestal twee dagen met migraine op een luchtbed in een veel te hete tent. Ik weet niet waarom ze al die jaren nooit besloten hebben dat eens anders aan te pakken. Bijvoorbeeld door eerst een paar daagjes lekker thuis te relaxen, een beetje uit te rusten van het drukke jaar, alvorens ons achterin de auto te gooien en af te reizen naar het zuiden.

BORRELNOOTJES IN EEN BAKJE

Eén week naar de Pyreneën aan een riviertje en daarna twee weken naar de Spaanse kust. Dat was onze vaste route. Camping Riembau in Spanje vonden we heel sjiek. Af en toe haalden we een halve kip met patat. En op het strand ‘coco frio’ of een broodje met perzikjam erin. Uren spelen in de zee. Met een luchtbed in de golven. Kunstjes met mijn vader: ‘Nog een keer! Nog een keer!’ En op mama’s rug, die onze boot was, en met de jaren steeds sneller ten onder dreigde te gaan onder ons gewicht. Loom van het strand, fris gedoucht en ingesmeerd met aftersun (o die geur…) om vervolgens voor de tent onder de luifel te borrelen. Een wijntje voor mijn ouders en mijn zusje en ik een glaasje prik. En borrelnootjes! Borrelnootjes in een geel plastic bakje. Altijd als ik ergens borrelnootjes zie, denk ik aan die zomers. Van je jeugd onthoud je vaak de kleine dingen; ontroerend vind ik dat.

PICNICKEN IN DE TUIN

Het campingleven heb ik altijd van een grote romantiek gevonden. En met Sammie werd het net zo fijn als vroeger. Saampjes in een douchehokje badderen, afwassen in een teiltje, de geluiden buiten als je in bed ligt. Vraag me niet hoe, maar uiteindelijk hebben we de weg gevonden naar Fré en bij haar hebben we de camper lekker even laten staan. Bloemen plukken in het veld, dansen terwijl Fré ons een serenade brengt, schilderen in de tuin, picknicken, elkaar gedichten voordragen. We hebben Sammie geleerd hoe zij een wijnfles moet openmaken, belangrijke kennis die in je jeugd niet mag ontbreken. Het werd een memorabele vakantie met, zoals gehoopt, heel veel tijd écht samen. En, mede dankzij mijn gebrekkige topografische kennis, ook behoorlijk wat avontuur!

Nog veel meer reisverhalen, inspiratie en tips in mijn reisboek, bestel hem hier