Als ik over Curaçao vertel, ben ik vast niet hele- maal objectief. Ik heb er door de jaren heen zo veel meegemaakt. De eerste keer dat ik er kwam was ik vier jaar, de laatste keer veertig. We logeerden in mijn jeugd altijd bij mijn opa en oma die daar toen nog woonden. Mijn herinneringen en de verhalen van mijn ouders en grootouders buitelen over elkaar heen. Van slaven tot slavenhouders. Van zondagse barbecues op Grote Knipbaai tot de klaslokalen in de krottenwijken waar mijn ouders lesgaven. Ik weet nauwelijks waar ik moet beginnen.

Mijn moeder is op Curaçao geboren als jongste van een gezin met vier zussen. De eerste jaren van haar leven bracht ze door op landhuis Sint Helena, dat we later met ons gezin bezocht hebben en toen veranderd bleek in een soort ruïne. Ze hadden een doodskopaapje thuis. En een hond. Het aapje, Keesje, mocht altijd op de rug van de hond zitten; via zijn staart klom hij omhoog. Later verhuisden ze naar een huis dat mijn opa voor zijn gezin had laten bouwen. Een huis met een porch – een grote veranda met een bank, stoelen en tafel – en een tuin met fruitbomen. Het leven in Curaçao speelt zich voor het grootste deel buiten af en de porch is dus ook de plek waar, net als de woonkamer in Nederland, een groot deel van de dag wordt doorgebracht.

Ik herinner me het schoteltje met suikerwater dat mijn opa altijd neerzette voor de vogeltjes. En de enorme mangoboom in de tuin waaraan de lekkerste mango’s groeiden die ik ooit heb gegeten. Voor het slapengaan mochten mijn zusje en ik in de boom klimmen en er zelf een plukken. Vervolgens aten we de vruchten in alleen ons ondergoed op, omdat ze zo sappig waren dat we helemaal onder de mango zaten als we ze op hadden. Mijn vader noemde ze altijd ‘badkamervruchten’.

HERINNERINGEN

Als ik aan Curaçao denk, denk ik aan de dividivi-bomen, die met hun kruin horizon- taal zijn gegroeid door de altijd waaiende noordoostpassaat. Ik voel die warme wind; in combinatie met de brandende zon zorgt hij voor een werkelijk perféct klimaat. Als
de zon aan het einde van de dag de lucht knalrood kleurt, is de temperatuur ideaal. Met een cocktail in m’n hand en m’n blik gericht op de horizon is mijn geluk compleet. Bij voorkeur een whisky ginger ale met veel ijs, een mix die nu ineens hip is, maar die mijn oma vijftig jaar geleden al dronk. Ze is 92 geworden, dus volgens mij is dit een heel gezond drankje!

Ik denk aan de zondagse barbecues, als families hun busjes het strand op rijden en naast eten, drank en barbecue hun halve huisraad, oma en een goeie gettoblaster uitladen. Ik denk aan uren zwemmen in het lauwe water van de zee. Ik zie de cactussen voor me die soms wel zeven keer zo groot als ik zijn, en de geiten die het eiland kaalvreten.

Van mijn jeugd ben ik veel vergeten, maar aan Curaçao bewaar ik zoveel heldere herinneringen. Ik krijg vlinders in mijn buik als ik denk aan Curaçao. Altijd gingen we naar Boka Tabla, waar de golven tegen de scherpe rotsen kapotslaan en metershoog opspatten. En naar Boka Pistol. Het water stroomt met geweld deze nauwe inham in de rotsen in en wordt er met nog meer geweld uitgeschoten. Vandaar de naam. Zeker als kind vond ik dit heel indrukwekkend. Willemstad, met z’n felgekleurde huisjes en winkels, de Pontjesbrug en de drijvende markt, waar we bakkeljauw, pastechi’s en fungi kochten, was altijd leuk voor een dagje. Ook aten we geregeld stoba, (een Caribische stoofschotel, vaak met geiten- vlees) bijvoorbeeld bij Westpunt. Het restaurant Playa Forti ligt op een rots en kijkt uit over een baai met dezelfde naam. Extra attractie was de sprong die we daar konden maken vanaf een plateau twaalf meter naar beneden de zee in. En natuurlijk ijs eten bij Baskin Robbins!

ZWEMMEN MET DOLFIJNEN?

Ik herinner me dat Sea Aquarium net geopend werd. Fantastisch vonden mijn zusje en ik het om pijlstaartroggen en sidderalen van zo dichtbij te zien. Toen ik hier een paar jaar geleden nog eens naar terug ging, deze keer met mijn eigen dochter, was het echt vergane glorie. Je kunt er wel zwemmen met dolfijnen, wat ik ook een keer gedaan heb, maar na het zien van de documentaire The Cove over de jacht op dolfijnen en de ellende van hun leven in gevangenschap, zou ik dat nu nooit meer doen.

NOG ALTIJD PRACHTIG

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat het toerisme Curaçao niet alleen maar goed gedaan heeft. Zeker de buurt rondom Sea Aquarium, met z’n opgespoten stranden, grote hotels en harde muziek, is een soort Costa Brava geworden. Maar als je van de Costa houdt, is het er mega gezellig.

Op sommige ooit romantische, rustige strandjes staan nu plastic ligbedden netjes op een rij, en galmen weinig Caribische nummers als Eén kopje koffie door de luidsprekers. Of er staat een groot vijfsterrenhotel, zoals het Hyatt op Santa Barbara Beach, waardoor een dagje aan deze baai eigenlijk alleen nog is weggelegd voor rijke, voornamelijk Amerikaanse, toeristen. Toen ik zeventien was, kregen wij de sleutel van het toegangshek dat leidde naar Cas Abao. Dit bounty-achtige strand was in die dagen ons privé paradijs! Nu is dit het nog steeds mooie, maar toeristische Bon Bini Beach. Sommige herinneringen zijn uitgegumd. ‘Gelukkig hebben we de foto’s nog!’ Maar het overgrote deel van Curaçao is nog altijd prachtig. Strandjes zoals ik van vroeger ken, vind je vooral in de buurt van Sint Willibrordus. Of op weg naar Westpunt, zoals Grote en Kleine Knip. Met mijn familie gaan we nog steeds eens in de zoveel jaar naar mijn moeders geboorteland, dat ook een beetje als mijn thuis voelt.

WAT ER AAN MIJ VOORAF GING

Mijn opa en oma kwamen rond 1930 vanuit Suriname naar Curaçao. Mijn opa, Roland, ontwikkelde zich van telegrafist tot adjunct-directeur van de ’s Lands Radio Dienst. Als allereerste heeft hij de televisie op Curaçao gebracht. Grappig detail is dat mijn moeder als klein meisje als eerste te zien was op Tele- Curaçao! Mijn oma had een goede baan bij de bank. Beiden zijn geboren in Suriname en in de jaren 30 naar Curaçao gekomen. In die tijd gingen veel Surinamers naar de Antillen omdat er daar meer kansen waren.

Mijn moeders jeugd was er een van veel vrijheid. Buiten spelen in de knoek (het droge struikgewas), kamperen in het mangohofje van de baai Santa Cruz, en klimmen in tamarindebomen. Als tiener ging men op het eiland niet echt uit, maar waren er elke week feestjes bij vrienden thuis. Daar waren dan bandjes, er werd gesjanst en er werd natuurlijk de merengue gedanst.

Eens in de zes jaar nam mijn opa een halfjaar vakantie en ging het gezin naar Nederland. Op haar zeventiende leerde mijn moeder daar, op de Kweekschool in Utrecht, mijn vader kennen. Als de dag van gisteren herinnert mijn vader zich hoe mijn moeder, in een groen jasje, parmantig het plein van de lerarenopleiding op kwam lopen. Hij was meteen verkocht.

EMIGREREN IN DE JAREN 70

In 1970 trouwden mijn ouders en besloten ze voor een paar jaar naar Curaçao te emigreren, omdat mijn vader mijn moeders achtergrond wilde leren kennen. Een jaar voordat mijn ouders vertrokken, ontstond er grote onrust op het eiland. Een staking van Shell-personeel leidde tot een volksopstand, brandstichting in het oude Willemstad, het aftreden van de regering en mariniers die vanuit Nederland naar Curaçao gestuurd werden om de opstand neer te slaan. Dat een groot deel van de bevolking in opstand kwam, kan geen verrassing zijn geweest. De rijke witte bovenlaag van Curaçao had het veel beter dan de zwarte bevolking. Ze woonden veelal in afgesloten villawijken als Emmastad en Julianadorp, waar zwarten alleen naar binnen mochten om schoon te maken. Het was een vorm van apartheid. In 1970 werden de slagbomen bij de villawijken weggehaald en gingen ook rijke zwarte mensen in deze wijken wonen. Het grootste deel van de zwarte bevolking van Curaçao walgde daar dan weer van. Zo werden ook deze tegenstellingen zichtbaar.

Mijn ouders gingen werken in Buena Vista, dat toen nog een krottenwijk was. Mijn vader stond daar als witte Hollander voor een klas met 55 zwarte kinderen. Het was allemaal even wennen voor mijn vader, die zijn leven tot dan toe had doorgebracht in een Utrechts arbeidersmilieu: een tropisch eiland, een vrouw, een vrije en losse manier van leven, barbecueën (had hij nog nooit gedaan!), de hitte, maar ook de weerstand bij een deel van de bevolking tegen de macamba’s, een Antilliaans scheldwoord voor witte Hollanders.

Maar wat absoluut overheerste was juist de warmte van de bevolking. De wortels van mijn vaders, en misschien daardoor ook wel mijn, sociale hart liggen daar. In de sloppen- wijken waar hij met een aantal collega’s in de avonduren lesgaf aan de moeders van
de schoolkinderen. Vaders waren vooral doorgangsfiguren. Ze maakten een kind en gingen verder naar de volgende vrouw. De vrouwen vormden de sterke stoere basis van gezinnen. Mijn vader zag de armoede en ongelijkheid en begon de waarde van
het communisme te zien. Hij heeft nog een manifest geschreven, over hoe het socialisme vanuit de Antillen via Zuid-Amerika over de wereld verspreid zou moeten worden. Een poster van Che Guevara prijkte in mijn jeugd aan een muur in ons huis.

De Curaçaose jeugd kreeg les uit Neder- landse boeken en leerde zo over de Limburgse löss en de Friese meren. Omdat ze aan die kennis natuurlijk helemaal niks hadden, ontwikkelde mijn vader samen met een aantal andere leerkrachten eigen lesmateriaal. Mijn ouders beleefden er intense eerste huwelijksjaren. Na drie jaar keerden ze terug naar Nederland, waar ze niet lang daarna mij op de wereld zetten.

ONVERGETELIJK MOMENT

Jaren later zijn we met de hele familie op Curaçao. Het is de dag voor de inauguratie van de nieuwe president van Amerika, Obama. We voelen ons, net als een groot deel van de wereld, euforisch en besluiten naar Willemstad te gaan, omdat we behoefte voelen om deze gebeurtenis in een groter historisch perspectief te plaatsen. Slavernijmuseum Kura Hulanda. Wat een mokerslag krijg je als je daar rondloopt en de verhalen hoort.

Natuurlijk weet ik een heleboel al, maar als ik het ruim zie van een schip waarmee de slaven in een tocht die maanden duurde, geketend, op elkaar gepakt en zittend in hun eigen uitwerp- selen, van Afrika naar Curaçao gebracht werden, kan ik mijn tranen niet bedwingen. Velen overleefden de overtocht niet. De Nederlanders stonden bekend als de meest wrede slaven- drijvers. Onder leiding van de slaaf Tula was er in 1795 een grote slavenopstand op Curaçao. De erudiete Tula inspireerde medeslaven om
in opstand te komen tegen het grote onrecht dat hen door hun ‘meesters’ werd aangedaan en te streven naar vrijheid en gelijkheid. Hij is een heel belangrijk figuur in de geschiedenis van Curaçao. Uiteindelijk schafte Nederland de slavernij in pas 1863 helemaal af. Ruim dertig jaar nadat de Engelsen dit deden…

De dag na ons bezoek aan het slavernij- museum zijn we vroeg van de baai naar ons appartement gegaan om op een krakkemikkige zwart-wit televisie ontroerd en hoopvol naar de inauguratie van Obama te kijken. Een moment om nooit te vergeten.

TIPS VAN BARRY

Barry Hay woont met zijn vrouw Sandra sinds een jaar of 10 op Curaçao. Als er iemand is die weet waar je moet zijn om het goed te hebben, is hij het.

SLAPEN

  • Scuba Lodge is een knalblauw geschilderd boetiekhotel, pal aan zee. scubalodge.com
  • Hotel BijBlauw heeft prachtige kamers. Of in Barry’s woorden: ‘Je kunt hier ook goed vreten’. Dat je het weet. bijblauw.com
  • Nog een mooi chique hotel in Willemstad is Saint Tropez Ocean Club. Met mooi zwem- bad uitkijkend over zee. sainttropezcuracao.com
  • Logeren in een oud-Hollands monument doe je bij Pieter- maai Boutique Hotel. pietermaaiapartments.com
  • Een prachtige plek is Corazón van Katja’s oud-BNN-collega Edwin Schippers. Hij verhuurt twee huizen in Banda Abou. corazoncuraco.com

ETEN

  • ‘Goed eten en goeie lounge- plek. Niet te druk maar wel een beetje exclusief.’ Dat is Mood Beach in Willemstad. moodbeachcuracao.com
  • Il Barile da Mario is een klein Italiaans restaurant in Willemstad. ‘Beste tiramisu en goeie koffie, gaat wel al om 19.00 uur dicht.’
  • Landhuis Daniel is een hotel, maar in de middag een pannenkoekentent. ‘En ’s avonds echt lekkere sliptong en biefstuk.’
  • Voor visliefhebbers is er Fishalicious: ‘Duur maar top.’ fishalicious.net
  • Vis direct uit zee, maar wel met een plastic bestek én wijn uit plastic bekers krijg je bij Purunchi. ‘Je zit hier top.’
  • Jawel, ook op Curaçao eet je haring. En wel bij Haringkar Zeelandia. ‘Ook voor de kibbeling.’
  • Lekkere roti (nou ja, eigenlijk gewoon ‘de beste ter wereld’) krijg je bij Paramaribo B.V. in Willemstad.

DRINKEN

ZEKER DOEN

  • BOCA SAMI: ‘Vissersdorp waar je heel goed kunt feesten. Funky, goed eten, betaalbaar, full moon feestjes.’
  • DAAIBOOI: Gezellig strandje waar je op zondag heen moet voor de barbecue.
  • CAS ABAO: Droomstrand: knalblauwe zee, palmbomen en wit zand.
  • BLAUWBAAI: Grootste strand van het eiland. Zeker heen om ’s avonds te eten.

Nog meer reisverhalen en tips vind je in mijn reisboek, bestel hem hier